STATEMENT

Veel mensen gebruiken objecten en de manier waarop die zich tot elkaar verhouden als een middel om zich een ruimte eigen te maken. Woon- en werkruimtes worden met de grootste zorg ingericht, de voorwerpen dienen bij elkaar “te passen” en veruiterlijken de smaak en visie van de persoon die in de ruimte leeft en werkt. Die handelingen maken van ruimtes persoonlijke ruimtes, binnenwerelden waarin we ons afgezonderd voelen van de buitenwereld.

Mijn werk is een studie van de vele vormen die zo’n handelingen kunnen aannemen. Eén van de meest extreme is het “decor”, waarin er van de oorspronkelijke ruimte niets overblijft en er een geheel nieuwe, tijdelijke wereld ontstaat. Mijn interesse gaat vooral uit naar de snijvlakken waarop eerder traditionele disciplines die hierrond werken elkaar vinden: architectuur, theater, design. Maar ook licht- en geluidsontwerp, tekenkunst en meetkunde. Daarin ontstaan nieuwe verbanden, er verschijnen als vanzelf personages en objecten die een geheel nieuwe functie in zich dragen. Vanop die zijpaden ontstaan nieuwe verhalen en nieuwe motieven. Handeling en beweging is daarin zeer belangrijk: het proces dat achter die ruimtelijke schikking zit krijgt in mijn werk een performatieve vertaling.

Mijn werken gaan over ruimtelijke bewustwording, een constant spel tussen voorwerpen, licht, kleur en geluid. Een ruimtelijke meditatie die een nieuwe, naar binnen gerichte wereld doet ontstaan waarin je als kijker letterlijk een inkijk krijgt. Een (binnen)ruimte is voor mij een raster, een potentieel landschap. Het is mijn taak dat landschap tot leven te wekken, het te bevolken, tijdelijk te bewonen en weer te verlaten. Die kijk op de werkelijkheid komt zonder twijfel voort uit mijn opleiding als schilder, ik kijk en denk nog steeds als een schilder, maar dan vanuit een quasi oneindige reeks standpunten die allen een ander kader omheen de realiteit trekken.

Wat ik doe is een vorm van performancekunst, een installatie kent in principe geen finale vorm. Steeds gaat het evenzeer om handelingen, bouwen en verbouwen, letterlijk tekenen in de ruimte die de motor van het werk vormen.

Ik ga voor mijn instrumentarium te leen bij aspecten uit mijn eigen leven: het stadsleven, architectuur, film en theater, design. Van daaruit maak ik scenografieën die een zeker mystiek injecteren in de tentoonstellingsruimte. Zo tracht ik terug te koppelen naar mijn publiek: met ervaringsgericht tactiel werk dat gevoeligheden omtrent ruimte en perceptie wilt verscherpen.

 

Sinds 2009 heeft deze zoektocht een collectie aan tijdelijke installaties opgeleverd, van de meesten bestaan enkel nog foto’s. Elke installatie is een oefening in verhouding, hoe verhoud ik me als kunstenaar tot mijn materiaal, tot mijn publiek? En hoe verhoudt het publiek zich tot mijn procedé, of tot het resultaat? Eigen aan mijn werken is een constante beweging, een permanent verschijnen, verschuiven en verdwijnen van materialen, kleuren, vormen, geluiden en licht. Naast de installaties bestaat een omvangrijk archief van studiemateriaal, ontwerpen, tekeningen, registraties en objecten.

 

“Het meest in het oog springend zijn de installatiewerken van Joris Perdieus: grote scenografische constructies, meestal ruimtelijke dialogen, waarin licht en kleur een grote rol spelen. Perdieus mag echter gerust als een multidisciplinair kunstenaar gezien worden, zijn werk omvat naast installaties ook tekeningen, (live) video, performance, object- en geluidskunst en zelfs keramiek. Steeds terugkerend is een liefde voor de theatrale ruimte, Perdieus omschrijft beeldende kunst als “altijd theater, met een trukendoos eromheen.” Een installatie is voor hem dan ook een ruimte van interactie met een publiek, steeds zit er een performatieve kant aan.” (Publicatie Catalogus Coup de Ville, 2016)

 

“Een theater is voor Joris Perdieus een machine waarbinnen iets magisch gebeurt. Hij houdt erg van dat apparaat op zichzelf, maar ook van de energie die tussen een performer en zijn publiek ontstaat.” (Indra Devriendt, 2016)

 

“Perdieus animeert (het bewegend beeld van) de architectuur, zonder daarom de mise-en-scène als een losgeslagen podium van het unheimliche uit te roepen. Zijn imaginair theater heeft iets intiems en huiselijk, al laat hij daarbij constructies (bijv. gebouwen) en illusies als de beginselen van het bewegend beeld, de animatiefilm versplinteren en verschijnen zonder hun ontstaan- en fantasmatische verbeeldingskracht te verdoezelen.” (Sofie Van Loo, 2012)

 

“Perdieus houdt van ontwerpen, het is steeds een proces dat vooraf gaat aan het produceren van een ruimtelijk werk, maar evenzeer een proces dat losgelaten kan worden als dat nodig is, een ontwerp moet niet dwingend zijn. Joris Perdieus is schilder van opleiding, hij vulde die studie aan met een postgraduaat in Media/Design/Arts en verliet op dat moment voorlopig het canvas. Sindsdien bevindt zijn werk zich in een permanente staat van vernieuwing, het is vormt eigen laboratorium. Zoals een toeschouwer de scène gadeslaat zo is ook Joris Perdieus getuige van het ontstaan van zijn eigen oeuvre dat steeds meer grenzen oversteekt.” (Stef Van Bellingen, 2016)

 

 

 

 

Comments are closed.